-
Op de paden blijven en niet rennen.
-
Gereedschap altijd dragen met de scherpe kant naar beneden en naar je toe , zodat je een ander niet kan verwonden.
-
Niet over de tuintjes heen springen.
-
Moet je aan de andere kant zijn van je tuin, loop dan even om.
-
Altijd zaaien voor de lijn, gezien vanaf de voorkant van je tuin.
-
De zaadjes goed afdekken met grond.
-
Lege zaadpotjes voor je tuin neerzetten.
-
Ongewenst kruid (onkruid) legen in de emmers en legen in de compostbak.
-
Ben je klaar met al je werk. Laat het dan controleren! De rest van de tijd kun je gebruiken om je klasgenootjes te helpen.
-
Emmers netjes terugzetten met schepje of harkjes erin.
-
Gereedschap netjes terugleggen en zijn jullie de laatste groep dan het gereedschap terughangen in het rek.